Onlangs werden een bakkerij in de Vooruitzichtstraat en een slagerij in de
Turckstraat (hoe toepasselijk) verzegeld, omdat ze een gevaar vormden voor de volksgezondheid.
Daar en elders werden er ook verschillende
illegalen en enkele gezochte boefjes ontdekt.
Een aantal van de
illegalen kregen op papier een bevel het land te verlaten.
Van dat bevel om het land te verlaten waren ze zeer onder de indruk.
Gelukkig voor de overheid moesten de slager, de bakker en andere allochtone bedrijfjes niet gecontroleerd worden op de naleving van de vestigingswetten.
Immers moeten buitenlanders geen
beroepsbekwaamheidsattest hebben, en moeten ze niets van handel, boekhouding of wetgeving kennen zoals de Vlaamse bakkers en beenhouwers die diploma's moeten hebben.
Ze moeten zelfs onze taal niet spreken
Als het maar
halal is, meer moet dat niet zijn.
Het is algemeen geweten dat de
illegalen en asielzoekers vooral daar onderdak krijgen en werk zoeken. Ze spreken immers dezelfde taal en zijn van hetzelfde geloof.
De toegepaste hygiëne is er zeer dubieus, de hygiëneregels hebben ze meegebracht uit hun echte vaderland.
Daar kijkt men niet op een vlieg,
kakerlak of rat meer of minder, en kiepert men het vuilnis gewoontegetrouw in een greppel achter het huis. De winkel, de werkplaats en het gereedschap reinigen met zeep en water, of de winkelvloer schuren dat zie je daar zoals bij een Vlaamse slager, bakker of restaurant niet of nauwelijks gebeuren.
Bovendien hebben een aantal van die
illegalen ook vaak een of andere ziekte meegebracht uit hun land zoals o.a. TBC.
Wie zich al eens de moeite getroost heeft, wanneer de kans zich voordoet, om
bvb een pitabar te observeren zal spoedig tot de vaststelling komen dat de grote klomp vlees die daar hangt te draaien voor een vuurtje, er wel meer dan een week moet over doen om op te geraken. Elke avond koelt het warmgeworden vlees af om 's
anderendaags weer voor de grill herbraden te worden. Wanneer de klomp vlees mindert dan doet men er vaak gewoon een nieuwe bovenop zonder de oude te verwijderen.
Pitazaken die goed draaien zullen het zich wel kunnen
permitteren om elke dak nieuw vlees op het spit te steken, maar veel van die bedrijfjes halen nooit voldoende omzet om dat op een dag te verwerken.
Sommigen hebben zo weinig klanten dat hun lange reden van bestaan wel in een andere activiteit moet vermoed worden , en zelfs wel zeker is.
Deze laatste bedenking heb ik ook bij telefoonwinkels. Welke echte verdienste
gaat daar nu in schuil, dat ook Vlaamse ondernemers daar geen brood in zien?
Ook het verschijnsel nachtwinkels blijkt een formule die geen enkel Vlaamse ondernemer als rendabel en interessant vindt. Een dagwinkel sterft al van de honger, dus waarom dan een nachtwinkel openen?
Zelfs in een dorp van amper 10,000 zielen vindt men al
nachtwinkels. Niemand die ik ken heeft daar al echt veel klanten zien passeren, ook niet mensen die er in de buurt wonen.
In een stad als
Leuven, met een nachtelijk studentenleven en verstrooide figuren die overdag zijn vergeten te gaan winkelen, tot daar toe. Maar in die stad zijn er onderhand al tientallen!?
Veel van die handelaren spreken en verstaan nauwelijks
Nederlands, en zeker niet van een niveau om wetten en te lezen en begrijpen.
Wie zoekt er nu eens uit waarvan en hoe die bedrijfjes bestaan, want elk nuchter denkend mens weet dat dit niet kan, om zelfs een laag huishuur en een inkomen op te brengen met zo'n winkeltjes, laat staan met een auto rondrijden, laat staan ook elk jaar op vakantie vertrekken naar het echte vaderland voor minstens een maand.
Bij zelfstandigen wordt door de belastingen en het gerecht belast en geoordeeld op basis van indiciën. Elke zelfstandige weet dat hij tegen de lamp loopt als hij er een betere levensstijl op na houdt dan diegene die uit zijn belastingaangifte mogelijk blijken. Dan wordt de boekhouding verworpen en krijgt men een aanslag van
ambtswege op de vermoedde inkomsten.
Geen of een laag inkomen hebben, en toch met een nieuwe
BMW rijden dat mag en kan bij allochtonen.
Men kan ook nooit ergens gerechtelijk beslag opleggen omdat de waardvolle dingen altijd van anderen zijn of samen met anderen gekocht werden.
In hun milieu worden ze goed
geïnformeerd door sociaal werkers, pro
deo advocaten, en last
but not least door de moskeegemeenschap.
Nog zijn de Vlamingen de Waalse parasieten niet kwijt of zie daar, we hebben er al een tijdje andere.
Ons economische en sociaal
immuunsysteem functioneert niet goed meer, en het ziet er naar uit dat we met parasieten zullen moeten leren leven. De schuld ligt bij de
machtspolitici die daartegen nauwelijks iets ondernemen.
Ik heb aan
Janssen Pharmaceutica al gevraagd om een nieuw bestrijdingsmiddel te zoeken.
Er werd mij gezegd dat dit nog lang zou kunnen duren, en dat ik eigenlijk beter en sneller bediend zou worden door te stemmen op een partij waarvoor ze geen reclame mogen maken, zeker niet sinds
Dora Janssen de titel van barones verleend werd.